Voeding levert energie om te functioneren. De voeding bestaat uit de volgende nutriŽnten:
opsommingsteken Water
opsommingsteken Mineralen en sporenelementen
opsommingsteken Koolhydraten
opsommingsteken Vetten
opsommingsteken Eiwitten aminozuren en proteÔnen
opsommingsteken Ruwvezel
opsommingsteken Vitaminen

Water
Water is in de voeding zeer belangrijk en heeft in het lichaam de volgende functies:

Praktisch alle chemische omzettingen vinden plaats in een waterig milieu. Het meeste water vinden we in de cellen. Dit is het Intercellulaire water.
Water is het transportmedium in het lichaam. Denk aan Lymfevocht en bloed. Dit is het intracellulaire water. Water is ook aanwezig tussen de cellen voor transport van allerlei stoffen, dit is het extracellulaire water.
Voor de afvoer van afvalstoffen is water ook erg belangrijk. Denk aan urine, faeces, gal, oogtraanvocht en zweet.
Water is het transportmedium bij de verdeling en afgifte van warmte in het lichaam.
Water is het hoofdbestanddeel van de melk van zogende dieren.

Water wordt opgenomen op verschillende manieren:
opsommingsteken Bij verbranding van voedingsstoffen komt een geringe hoeveelheid vrij. De voedselverbranding levert ongeveer 1/8 van het gewicht in water.
opsommingsteken Water wordt opgenomen bij het voedsel, door drinken en eten. De gemiddelde hond heeft 30 tot 60 ml water nodig per kg lichaamsgewicht. Voorbeelden van watergehalte in de voeding zijn: mager rundvlees 76%, brood 40%, droogvoer 10%, blikvoer 50%.

Voorbeelden van water toegepast op de gemiddelde hond:

Het dierlijk lichaam bestaat voor 60% uit water
Pups bestaan voor 82% uit water
Melk bestaat uit 88% water

Uitdroging van 20% kan dodelijk zijn, water is van levensbelang. Zonder voedsel kan een hond veel langer.
De hond regelt zijn behoefte aan water zelf, daarom moet altijd schoon vers water ter beschikking staan dat niet te koud is.
Pups moeten per kg lichaamsgewicht 600 gram water innemen om te groeien. Ze drogen daarom ook zeer snel uit.
Te nat voer (meer dan 80%) is voor een hond niet goed.
Een probleem van de hond merkt men vaak aan het drinkgedrag: Baarmoederontsteking, suikerziekte, nierproblemen.
Een hond verliest vocht naast urine en ontlasting door hijgen (verdampt speeksel) en zogen.

Zonder water gaat een hond DOOD !

Mineralen
Mineralen zijn in kleine hoeveelheden aanwezig en leveren geen energie.
Mineralen zijn te verdelen in zouten (relatief veel van nodig) en sporenelementen (heel weinig van nodig).
Een teveel aan sporenelementen kan vergiftiging geven.

Mineralen of macroelementen:
opsommingsteken Vormen de as-bestanddelen van het voedsel (anorganische bestanddelen)
opsommingsteken zijn oplosbaar of onoplosbaar
opsommingsteken zijn bouwstoffen of hulpstoffen voor enzymsystemen
opsommingsteken zijn van invloed op de vochtregulatie
opsommingsteken zijn een metaalatoom gekoppeld aan een zuurrest

Natrium (Na)
Bestanddeel van keukenzout. Belangrijk voor de verdeling van water en geleiding in de zenuwen. Keukenzout zet aan tot drinken en veel productie van urine: blaasgruis en nierstenen ontstaan niet.

Kalium (K)
Zie natrium, hier ontstaat alleen een tekort van bij vasten of langdurig diarree

Calcium (Ca)
Botopbouw, prikkelgeleiding in de zenuwen. Prikkelbaarheid spieren. Bloedstolling. Bij een tekort komen problemen in de zenuwen. De Ca-bloedspiegel moet constant zijn (bijschildklieren). Ca wordt ook aan het bot onttrokken, omdat het bot een voorraad Ca is. Hierdoor kan bijvoorbeeld bij zogende teven eclampsie ontstaan. Vlees bevat heel weinig calcium

Magnesium (Mg)
Prikkelgeleiding in de zenuwen. Bevind zich in de botten.

IJzer (Fe)
Hemoglobine (bloed) en myoglobine (rode kleurstof in de spieren). Bind zuurstof. Bij een tekort: melk voeren. Een tekort kan optreden als bloedarmoede of bij een groot bloedverlies.

Chloor (Cl)
Bevind zich in keukenzout. Vorming maagzuur, en prikkelgeleiding in de zenuwen.

Fosfor (P)
Onderdeel fosfaten, opbouw bot, ATP voor energievorming cellen. Belangrijk in de verhouding tot calcium 1.2:1 of 6:5. In tevenmelk en rundermelk is dit de juiste verhouding. Maar bijv vlees heeft een verhouding van 1:17 tot 1:20. Honden die alleen vlees eten krijgen All Meat Syndrom: botafwijkingen en scheefgroei. Zit als Ca-P verbindingen in de botten.

Zwavel (S)
Bouwstof haar, klauwen, nagels. Zit dan in de eiwitten en wordt meestal opgenomen uit aminozuren.

Sporenelementen of microelementen

Fluor (F)
Tanden en kiezen. Fluor is giftig en remt enzymsystemen

Cobalt (Co)
In de darmen voor de productie van vitamine B12 (Cobalamine)

Selenium (Se)
Anti-oxidant met een vergelijkbare werking als vitamine E. Bij gebrek ontstaat spierdystrofie.

Koper (Cu)
Vorming van hemoglobine, enzymsystemen. Tekort treed op bij een hoog Zink of IJzergehalte.

Jodium (I)
Ingebouwd in de schildklier om de stofwisseling te reguleren (hormonen). Bij een tekort kan de lichaamstemperatuur dalen. Vlees is I-arm. Overdosis is giftig.

Zink (Zn)
Groei en onttrekking koolzuurgas aan het bloed. Werking in enzymsystemen. Zit vooral in vlees.Een onbekende werking hebben: Molybdeen (Mo), Broom (Br), Borium (B), Chroom (Cr).

Giftig zijn:
opsommingsteken Kwik (Hg) Behangplaksel, uitlaatgassen, lozing in water
opsommingsteken Lood (Pb) Bijvoorbeeld in slootwater door accu's, uitlaatgas en verf
opsommingsteken Cadmium (Cd) Lozing vna de industrie
opsommingsteken Arseen (As) Grondwater, reduceert beharing.

De micro-elementen spelen een rol bij enzymatische processen.

Ruwvezel
Voorbeelden van ruwvezel zijn cellulose en houtvezel.

Nut:
opsommingsteken Prikkeling van de darmperistaltiek
opsommingsteken Vasthouden van water
opsommingsteken Consistentie van de ontlasting

Zwakke darmen , diarree > Geven van geraspte peen, de cellulose kan de darm niet afbreken, het schuurt
langs de darmwand en reinigt zo de darmen.

Ruwvezel zijn stoffen die niet kunnen worden afgebroken door de spijsverteringsenzymen. Het stimuleert
de peristaltiek van de darmen, houd water vast en bepaalt zo de consistentie van de ontlasting.

Te weinig ruwvezel vertraagt de peristaltiek en veroorzaakt zo verstoppingen.
Te veel ruwvezel versnelt de peristaltiek waardoor voedingsstoffen niet volledig worden opgenomen en er
diarree kan ontstaan door teveel vocht in de darmen.

Koolhydraten
Een gram koolhydraten levert 4 kilocalorieČn beschikbare energie.
Koolhydraten zijn ketens van suikers opgerold in ringen. (een verbinding van glucose met diverse andere)

Hexose Keten van 6 koolstofatomen, enkelvoudig suiker. Bijv glucose, fructose, galactose

Pentose Keten van 5 koolstofatomen, bijv. Desoxyribose (DNA), Ribose (RNA)

Enkelvoudige suikers zijn mono-sachariden
Gekoppelde monosachariden zijn di-sachariden
Voorbeeld: Maltose (moutsuiker), Sacharose (Riet-, Bietsuiker), Lactose (melksuiker)

Ketens van hexosen heten dextrinen, welke behoren tot de poly-sachariden zoals
opsommingsteken zetmeel, plantaardig, afbreekbaar tot glucose
opsommingsteken Glycogeen, dierlijk
opsommingsteken Cellulose, plantaardig, niet afbreekbaar tot glucose (papier, katoen)

De vertering
Veel koolhydraten in de voeding zoals brood, aardappelen en rijst bevatten naast zetmeel ook cellulose. In de bloedbaan kunnen alleen monosachariden worden opgenomen.

Het enzym amylase breekt de grote ketens in brokken en ontkoppelt de glucose moleculen. Bij de mens, varken en gans zit het amylase al in het speeksel in de mond. Bij de hond niet. Daardoor komt bij de hond ook geen tandplak en tandbederf voor. Amylase is niet in staat om cellulose aan te tasten. In de maag onder zure omstandigheden werkt amylase niet. Pas in de dunne darm komt amylase in de spijsvertering via de alvleesklier. In het daar basische milieu kan de vertering van de koolhydraten beginnen.

Dextrine valt uiteen in di-sachariden. De darmwand produceert enzymen om deze af te breken tot monosachariden.
Maltose wordt onder invloed van maltase afgebroken, Lactose door lactase, waarna de darmwand de overgebleven glucose kan opnemen.

Cellulose kan alleen door bacteriŽn worden omgezet in vluchtige vetzuren. Herkauwers hebben daartoe darmflora met bacteriŽn. Honden eten de darminhoud (vuile pens) graag op om zo deze bacteriŽn binnen te krijgen. Ook verhitting, fijnhakken of malen maakt cellulose verteerbaar voor honden. Het openbreken van de cellulose wordt ook wel ontsluiten genoemd. De cel wordt bij ontsluiting opengebroken zodat de inhoud bereikbaar wordt voor vertering. Cellulose moet in het voedsel zitten voor de aanmaak van sommige vitaminen en voor het ruwvezel.

Lactose wordt onder invloed van lactase glucose en galactose. Oudere honden produceren minder lactase. De lactose haat dan laxerend werken en er kan diarree ontstaan.

Nut van koolhydraten
opsommingsteken Winning van energie voor warmte en spieractiviteit. Een deel wordt omgezet in glycogeen (reserve in de lever en gedeeltelijk in de spieren). Hart en hersenen branden ook op koolhydraten.
opsommingsteken Glycogeen is een aaneenrijging van glucose en is eigenlijk dierlijk zetmeel. De omzetting gebeurt onder invloed van insuline. Als er onvoldoende insuline is blijft de glucosespiegel hoog en is er sprake van suikerziekte. De nieren voeren de glucose af met veel vocht. Veel plassen en drinken zijn het gevolg.

Bij verbranding komen ATP, en afvalstoffen zoals water en koolzuurgas vrij. Voeding met 50% koolhydraten voldoet prima.

Enzymen veranderen niet, ze zijn alleen hulpstoffen voor het afbreken van de suikerketens.

Vitaminen
opsommingsteken Vitamine A Retinol
opsommingsteken Vitamine B Thiamine B1
opsommingsteken Riboflavine
opsommingsteken Pantotheenzuur
opsommingsteken Niacine of Nicotinezuur
opsommingsteken Pyridoxine B6
opsommingsteken Foliumzuur
opsommingsteken Biotine
opsommingsteken Cobalamine B12
opsommingsteken Choline
opsommingsteken Inositol
opsommingsteken Vitamine C Ascorbinezuur
opsommingsteken Vitamine D Calciferol
opsommingsteken Vitamine E Tocoferol
opsommingsteken Vitamine K Kunakion

Vitaminen leveren geen energie. Het zijn samengestelde stoffen die fungeren als hulpstoffen van enzymen. Bij gebrek ontstaan gebreksziekten.

Hypovitaminose Te weinig vitamines

Avitaminose Geen vitamines

In vet oplosbaar zijn: A D E en K
In water oplosbaar zijn : B en C

Vroegere benaming voor vitamine H is Biotine en vitamine F zijn essentiČle onverzadigde vetzuren.

Vitamine A Retinol
Gebrek:
opsommingsteken Groeistoornissen
opsommingsteken Weinig weerstand tegen ziekten
opsommingsteken Stoornissen in zenuwstelsel en voortplantingsapparaat
opsommingsteken Oogafwijkingen
opsommingsteken Volumetoename botten

a. Licht op netvlies > Rhodopsine valt uiteen in opsine (afgeleide vorm van vit. A) > een prikkel in de hersenen > Uit opsine en vit. A moet nieuw Rhodopsine gemaakt worden > Gebrek zorgt dat dit niet kan > Het netvlies wordt ongevoelig voor lichtprikkels > Nachtblindheid is het eerste verschijnsel

b. Vit. A regelt de verhoorning van het Dekephiteel. Bij tekort gaat dit te snel en te veel. Het hoornvlies op het oog kan verhoornen > De traanklieren worden aangetast > het hoornvlies verdroogt > Het hele oog kan verloren gaan. Dit heet Xeropthalmie.

Het lichaam slaat vitamine A op in de lever. Overdosis scheid de hond uit met de urine. Bij zeldzaam voorkomende overdosering treedt botmisvorming en foetusmisvorming op.

De behoefte is 100 i.e. per kg lichaamsgewicht / dag.

Vitamine A zit in zuivelprodukten, lever en levertraan. In planten zit caroteen (pro-vitamine A) wat kan worden omgezet tot vitamine A.

Vitamine D Calciferol
Zorgt voor de opname en afzet van kalk en fosfor aan het skelet.

Een tekort veroorzaakt:
Rachitis (Engelse ziekte). Verslapping van de beenderen met O- of X-benen tot gevolg of doorzakken van het skelet. Ook de vorming van rozenkransen (huidafwijkingen in de vorm van een krans).

Dezelfde afwijkingen komen voor bij gebrek aan: Calcium, fosfor, koper, jodium en bij overmaat aan schildklierhormonen.

Vitamine D zit in levertraan of wordt gevormd in de huid door ergosterol (provitamine D). Echter door dichte beharing en anderzijds lijkt het erop dat honden dit niet kunnen.

De minimale dagelijkse hoeveelheid hangt af van de calcium/fosforverhouding in het voedsel. Is dit optimaal dan is er een minimale behoefte aan vitamine D.

Een overdosis komt vaker voor door een tekort met als gevolg dat er calcium neerslaat op de botten waardoor pijn op de spieren ontstaat. Ook kan calcium neerslaan op de organen waardoor deze slecht functioneren.

Geef liever levertraan dan vitamine A/D druppels.

Vitamine E Tocoferol
Dit is een antioxidant en gaat de vorming van vetzuurradicalen tegen. Vetzuurradicalen tasten het celmembraan aan en veroorzaken spierdystrofie (Vervloeiing van het spierweefsel). Vitamine E kan gedeeltelijk worden vervangen door Selenium en omgekeerd. Antioxidant maakt voedsel houdbaar.

Vitamine E zit in plantaardige oliŽn. In de lever zit normaliter zoveel reserve dat gebrek niet op kan treden.

Vitamine K Kunakion
Gebrek veroorzaakt vertraging van de bloedstolling. Bij jonge dieren kan dit resulteren in darmbloedingen.
Als de galgang is afgesloten kan gebrek optreden doordat onvoldoende vet emulgeert en het daarin opgeloste vitamine K niet vrijkomt. In honingklaver zit dicumarol wat werkt als anti-vitamine K. Cumarine en cumarine-derivaten (rattenvergif) werkt idem. Zonder vitamine K kan de lever onvoldoende prothrombine aanmaken wat nodig is voor de bloedstolling.

Vitamine K zit in spinazie, wortelen en vismeel. Bacterieflora in de dikke darm produceert het bij volwassen
honden.

Vitamine C Ascorbinezuur
Van vitamine C komt niet snel een gebrek omdat de hond dit zelf produceert. Bij zogende teven en pups is dit wel eens onvoldoende zodat vitamine C toevoegen dan nodig is.

Vitamine C is belangrijk voor de vorming van bindweefsel en kraakbeen (indirect op de botvorming dus). Soms kan vit. C bij verwondingen, botbreuken, stramheid of honden met HD snellere genezing of verlichting brengen.

Scheurbuik treed bij honden bijna nooit op. Vitamine C vind men in verse groenten, fruit en aardappelen. Bij verhitting indrogen en zouten gaat het verloren.

Vitamine B complex
Vitamine B omvat een complex van tenminste 10 vitaminen:
opsommingsteken B1 Thiamine of aneurine. Bij gebrek kunnen verlammingen optreden (chastek-paralyse). Gebrek levert storingen in het zenuwstelsel. Thiamine wordt vernietigd door thiaminase (in rauwe zoetwatervis en haring). Door koken gaat dit antivitamine stuk.
opsommingsteken B6 Pyridoxine zorgt voor de vorming van arachidonzuur uit linolzuur. Beide zijn essentiŽle vetzuren. Tekort zorgt voor een droge doffe huid en uiteindelijk vruchtbaarheid-stoornissen.
opsommingsteken B12 Cobalamine is belangrijk voor de vorming van hemoglobine. Cobalamine bevat het sporenelement Cobalt en wordt gevormd in de bacterieflora van de dikke darm. Cobalamine kan alleen worden opgenomen met behulp van hulpstoffen. Deze hulpstof is de intrinsic factor, het cobalamine zelf de extrinsic factor.
opsommingsteken Foliumzuur Vind men in bladgroenten. Gebrek kan bloedarmoede veroorzaken. Bij honden is deze kans niet zo groot.
opsommingsteken Nicotinezuur Nicotiamide. Gebrek veroorzaakt bij de mens pellagra: de ziekte van de 4 D's: Dermatitis,diarree, delirium en dood. Bij de hond komen soortgelijke afwijkingen voor. De tong enslijmvliezen worden donkerrood tot zwart. (Black tongue Disease)
opsommingsteken Biotine Dit is een belangrijke groeifactor voor gisten. In het eiwit van kippeneieren zit avidine, een antibiotine dat stuk gaat door koken. Biotine heeft een positieve werking op de vacht.
opsommingsteken Choline/inositol Belangrijk voor de verdeling van vetten in het lichaam. Tekorten veroorzaken vervetting van de lever, die neemt het dan zelf op in plaats van het te verdelen. Choline is belangrijk voor overdracht van zenuwprikkels van de ene zenuw naar de andere.

In het algemeen leveren B-complex tekorten storingen in de bloedvorming, vachtkwaliteit en hetzenuwstelsel.

Vitamine B-complex vind men in granen (brood, zilvervliesrijst), gedroogd biergist en vlees. Cobalamine wordt in de dikke darm gemaakt.

Tekorten treden niet snel op. Zieke honden met slechte eetlust wel extra toedienen. Het lichaam slaat geen reserve op.

Eiwitten
Een eiwit is een keten opgebouwd uit gekoppelde aminozuren. Hiervan zijn er zo'n 20 bekend. Een aminozuur is samengesteld uit koolstof- waterstof- zuurstof- en stikstofatomen. (soms ook zwavelatomen).
Hoe meer dwarsverbindingen (water- en/of zwavelbruggen) er zijn hoe moeilijker het eiwit te verteren zal zijn. Bijvoorbeeld Keratine waar haren, nagels en hoorns grotendeels uit bestaan, is onverteerbaar.

Het lichaam kan een aantal soorten aminozuren zelf maken mits in de voeding (koolhydraten, vetten) voldoende stikstof voorhanden is.

Aminozuren die het lichaam niet zelf kan maken zijn essentiŽle aminozuren. Deze moeten dus via het voedsel worden opgenomen. Bijvoorbeeld: lysine, threonine, tryptophaan, en valine. Ook de zwavelhoudende methionine en cysteÔne zijn essentiŽle aminozuren.
Semi-essentiŽle aminozuren worden wel door het lichaam aangemaakt, maar tijdens perioden van groei, dracht of lactatie kan dit onvoldoende zijn en moet dit via de voeding worden aangevuld.

Bij een tekort aan essentiŽle aminozuren kan het lichaam geen lichaamseigen eiwit aanmaken en kunnen verloren gegane cellen niet worden vervangen. Op de lange duur leidt dit tot vermagering en uitputting.

Een eiwit moet:
opsommingsteken Verteerbaar zijn. Hoe meer bindweefsel er in het voer voorkomt, hoe geringer de verteerbaarheid van de eiwitten. De verteerbaarheid van de eiwitten moet minstens 80% zijn.
opsommingsteken Een voldoende hoge biologische waarde hebben.
opsommingsteken De BW geeft het gehalte en de onderlinge verhouding van de essentiŽle aminozuren aan. Is de BW van een eiwit 0 dan ontbreekt er tenminste 1 essentieel aminozuur. Het eiwit is voor de opbouw van lichaamseigen eiwit dus waardeloos en kan alleen nog dienen voor de energiewinning. De oplossing hiervoor is completeren van de ontbrekende aminozuren. De BW van een eiwit of eiwitmengsel moet minstens 60 bedragen. Mengen van diverse producten levert een BW op ruim boven de minimumnorm.

De Biologische waarde van:

opsommingsteken Kippenei 96
opsommingsteken Rundvlees 76
opsommingsteken Varkensvlees 78
opsommingsteken Vis ruim 80
opsommingsteken Sojabonen 75
opsommingsteken Aardappelen 71
opsommingsteken Erwten 48
opsommingsteken Bonen 38
opsommingsteken De goede hoeveelheid moet in het voer verwerkt worden. Niet meer dan 30% van de benodigde calorieČn mag verkregen worden uit de eiwitfractie. Teveel eiwit leidt na verloop van tijd tot een bros skelet, slecht ontwikkelde tanden, jodiumtekorten, onjuiste Ca/P-verhoudingen en een slechte weerstand. Dit heet protečne-caloriedeficiČntie, wat nogal eens optreedt bij het voeren van alleen vlees. (All-Meat-Syndrome)

De vertering van eiwitten
De darmen kunnen slechts de eerste 24-48 uur na de geboorte specifieke eiwitten zonder meer laten passeren. Deze eiwitten (globuline) zijn nodig voor de afweer tegen ziektekiemen. De biest is daarom erg belangrijk voor de maternale immuniteit.

Daarna moet de spijsvertering de eiwitten afbreken tot losse aminozuren onder invloed van enzymen. In de maag activeert het maagzuur (zoutzuur) het enzym pepsine dat begint met opbreken van sommige aminozuren. In de dunne darm (twaalfvingerige gedeelte) komen de enzymen trypsine en chymotrypsine van de pancreas die ook weer enkele specifieke koppelingen losbreken. Verder in de dunne darm produceren kliertjes in de wand erepsine wat de laatste verbindingen losmaakt. Dan zijn de brokstukken klein genoeg om de darmwand te passeren en kunnen worden opgenomen in de bloedbaan. Aminozuren die niet de darmwand kunnen passeren worden in de dikke darm en de endeldarm omgezet door rottingsbacteriŽn. Zo ontstaat uit Lysine het Cadaverine en uit trypotophaan het indol en skatol. Deze stoffen maken samen met H2S-gas de geur van de ontlasting.

Het belang van eiwitten
In het lichaam worden de aminozuren weer gekoppeld tot lichaamseigen eiwitten voor ieder dier specifiek. Deze eiwitten zijn sterk individueel samengesteld tot dierspecifieke eiwitten. Dit is de oorzaak van de problemen rond bloedtransfusies en orgaantransplantaties. Er worden 2 soorten eiwitten geproduceert:
opsommingsteken Structurele eiwitten
Eiwitten als bouwstof, bedoelt voor de vervanging en bouw van lichaamscellen. De samentrekkende elementen in spiercellen bestaan uit actine en myosine
opsommingsteken Functionele eiwitten
Eiwitten als enzymen, chemisch behoren alle enzymen tot de eiwitten. Ook de enzymen die binnen de cellen zorgen voor de verbranding van de voedingsstoffen. In een volgroeid lichaam is niet veel voedingseiwit nodig om de enzymproductie op peil te houden. Alleen voor reparatie van verloren gegane cellen.

De restanten van de aminozuren worden losgekoppeld van de stikstofgroepen. Deze stikstofgroepen vormen ammoniak, wat in de lever wordt gekoppeld aan koolzuurgas. Deze samenstelling is ureum. De reststoffen van de aminozuren worden "verbrand" of omgezet tot lichaamsvet en opgeslagen.

Bij een normale volwassen hond zal er nagenoeg evenveel stikstof worden gegeten als er wordt uitgescheiden. De stikstofbalans is in evenwicht. In de groeifase wordt meer eiwit opgenomen en vastgelegd als structuureiwit. Er komt dus meer binnen dan eruit gaat. De negatieve stikstofbalans (er gaat meer uit dan erin komt) is veel schadelijker. De stikstof wordt dan aan het lichaam onttrokken, er verdwijnen structuureiwitten en het lichaam zal vermageren.

NucleoproteÔden
Dit zijn samengestelde eiwitten die vooral in de celkern voorkomen. In deze samenstelling zit nucleÔnezuur, die zijn opgebouwd uit een veelvoud van fosfaatgroepen, suikers en stikstofbasen. Twee van de suikers die voorkomen in nucleÔnezuren zijn ribose en desoxyribose. (RNA en DNA) Deze zijn hoofdonderdeel van de erfelijkheidsleer en de chromosomen.

Bij afbraak van nucleoproteÔden worden de producten allen door het lichaam benut voor bouw van nieuwe lichaamsspecifieke nucleÔnezuren. Een overtollige hoeveelheid stikstofbasen wordt afgebroken tot koolzuurgas, water, urinezuur en energie. Het urinezuur wordt door mensen en mensapen uitgescheiden als urine. Bij de hond wordt urinezuur o.i.v. het enzym uricase omgezet tot allantoÔne, met uitzondering van de Dalmatische hond. Deze is wat gevoeliger voor de vorming van blaasgruis en stenen.

Vetten
Vetten zijn opgebouwd uit verschillende glyceriden en steročden. Steročden zijn stoffen met een steroÔde-structuur zoals, Cholesterol en vitamine D, de geslachtshormonen en de hormonen van de bijnierschors.
Ook de in vet oplosbare vitamines A, E en K behoren tot de vetten. Voor de hond zijn de tri-glyceride belangrijk. Een glyceride bestaat uit glycerol en vetzuren. (3 vetzuren is een tri-glyceride, 2 een di-glyceride en 1 een mono-glyceride). Een vetzuur bestaat uit een keten van koolstofatomen waarbij de lengte kan variČren. Aan de koolstofatomen zitten waterstof- en zuurstofatomen. Het glycerol is een alcohol. Een alcohol gekoppeld aan een vetzuur is een was. De meeste wassen zijn
onverteerbaar.

Een vet is een vaste stof. Vloeibaar vet is olie. Over het algemeen zijn vetten met kortkenige vetzuren zeer dun of vloeibaar. Vetzuren met dubbele bindingen die niet verzadigd zijn van waterstofatomen heten onverzadigde vetzuren. Het aantal dubbele bindingen bepaalt of het enkelvoudige of meervoudig onverzadigde vetzuren zijn.

Als de dubbele binding openbreekt en zich koppelt aan zuurstof oxideert het vetzuur en wordt ranzig. Ranzig vet heeft geen voedingswaarde en een geoxideerd vetzuur kan de celmembranen vernietigen. Om dit tegen te gaan worden anti-oxidanten toegevoegd aan het voedsel. Voorbeelden zijn butyl-hydroxy-anisol (BHA) en butyl-hydroxi-tolueen (BHT) of soms etoxikine.

Hoe meer onverzadigde vetzuren aan het glycerol gekoppeld zijn hoe vloeibaarder het vet is.
opsommingsteken Verzadigde vetzuren Azijnzuur, boterzuur, propionzuur, palmitinezuur, stearinezuur
opsommingsteken Onverzadigde vetzuren :

opsommingsteken 1. Niet essentieel : Oliezuur
opsommingsteken 2. Essentieel : Linolzuur, linoleenzuur, arachidonzuur

De essentiŽle onverzadigde vetzuren moeten iedere dag in het voedsel voorkomen.

De vertering van vetten
In de dunne darm (twaalfvingerige darm) vind onder invloed van lipase (uit de pancreas) een begin van de vertering plaats. Gal zorgt voor het emulgeren van het vet zodat het oppervlakte vergroot wordt, zodat het lipase beter werkt. Het lipase koppelt het glycerol los van de vetzuren. In de 2e helft van de dunne darm komen dan dus ook tri-, di- en mono-glyceriden voor naast losse vetzuren en glycerol. Belangrijk hierbij is dat er zoveel mogelijk tri-glyceriden moeten zijn afgebroken, een teveel zorgt voor vetdiarree omdat de ontlasting dan veel onverteerde vetten bevat.
Van de afbraakproducten komen alleen de kortkenige vetzuren in het bloed terecht. De overige componenten komen in het lymfevatsysteem terecht, waarna ze uiteindelijk ook in het bloed komen.

De functie van vetten
In het voedsel zorgen vetten voor:
opsommingsteken Smaak en structuur van het voedsel.
opsommingsteken Oplossen van vitamines A,D,E en K
opsommingsteken Brandstof
opsommingsteken Omvorming tot aminozuren
opsommingsteken Reserve-opslag

opsommingsteken Onderhuids bindweefsel, bescherming tegen mechanisch geweld, warmte isolatie en vormgeving van het lichaam
opsommingsteken Rondom vitale organen zoals hart en nieren voor bescherming
opsommingsteken Achter de oogbol en teenkussens voor steun
opsommingsteken In het centrale zenuwstelsel
opsommingsteken Bouwstof voor membranen van cellen en kernen
opsommingsteken Voor huid en haar De essentiČle vetzuren linolzuur, linoleenzuur en arachidonzuur, vroeger gezamenlijk bekend als Vitamine F. Bij tekort ontstaat een droge dorre vacht. Arachidonzuur is werkzaam in de huid en komt nauwelijks in voedingsmiddelen voor. Linoleenzuur is veel minder belangrijk dan lang werd aangenomen.
opsommingsteken Bij de voortplanting Arachidonzuur is ook een bouwsteen voor het prostaglandine wat voor het verval van het gele lichaam zorgt in de eierstok. Bij een zeer vetarm dieet zal niet alleen de vacht in verval raken maar ook de voortplantingscyclus verstoord raken.

Ongeveer 25% van de kilocalorieŽn dient geleverd te worden door vet. 5% hiervan dient te komen uit de essentiŽle vetzuren. Dierlijke vetten bevatten onvoldoende essentiŽle vetzuren, toevoeging van plantaardige oliŽn zoals mačsolie, sojaolie of zonnebloemolie is dan nodig.

</span><!--webbot bot="HTMLMarkup" endspan --></p> </body> </html>